Nomenclatuur logopedie

De gegevens over de conventie en de nomenclatuur kunt u terugvinden op de website van het RIZIV.

Verwezenlijkingen VVL i.v.m. de nomenclatuur logopedie

Pas sinds 1997 bestaat een “overlegorgaan” voor de logopedisten op het RIZIV. In 1997 werd namelijk na jarenlange gesprekken met het RIZIV de Conventiecommissie voor Logopedisten (CCL) geïnstalleerd. De CCL wordt ook wel Logo-Mut genoemd. Deze raad bestaat uit 8 vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen en hun plaatsvervangers. Dit betekent 4 mandatarissen voor VVL (en 4 plaatsvervangers) en 4 mandatarissen voor UPLF (en 4 plaatsvervangers). Er zijn ook 8 vertegenwoordigers voor de ziekenfondsen – 4 Nederlandstalig en 4 Franstalig – namelijk: Christelijke Mutualiteiten, Onafhankelijk Ziekenfonds, Socialistische Mutualiteiten, Liberale Ziekenfonds, Hulpkas. De CCL wordt georganiseerd, voorgezeten en bijgewoond door de mandatarissen van het RIZIV: voorzitter, secretaris, assistenten, vertegenwoordiging van de dienst voor geneeskundige controle en vertalers.
De eerste jaren werden gekenmerkt door moeizame besprekingen en een tendens van besparingen. In 2000 kwamen de logopedisten massaal op straat om betere honoraria en een nieuwe nomenclatuur te eisen. Toen reeds stond het dossier over de afschaffing van de logopedie op school op de agenda. Het duurde tot 6 december 2002 tot een eerste belangrijke nationale overeenkomst tussen de logopedisten en de verzekeringsinstellingen (R/2003) werd afgesloten. Deze overeenkomst werd mogelijk doordat het budget logopedie voor 2003 met 13,7 % toenam. Deze substantiële stijging was het resultaat van de jarenlang volgehouden inspanningen, acties en initiatieven die de VVL en de UPLF hebben ontplooid naar de minister van sociale zaken en de verschillende onderhandelingspartners. Dit budget liet verschillende verbeteringen toe en die werden neergelegd in het akkoord R/2003. Het was een belangrijke stap voor wat betreft de verbeteringen in het honorarium en in de nomenclatuur.
Een volgende grote stap was op 1 juni 2004 toen een gewijzigde nomenclatuur van kracht werd met onder andere de volgende vernieuwingen.
De procedure van aanvraag en verlenging werd gewijzigd. Er werd een onderscheid ingevoerd tussen een aanvangsbilan en een evolutiebilan. Voor wat de voorschrijvers betreft was vroeger een voorschrift van een revalidatiearts verplicht. Nu mocht een eerste aanvraag door een geneesheer-dokter-specialist voorgeschreven worden waarvan de discipline wordt opgesomd per stoornis. De voorschrijver voor een verlenging van de behandeling kon een geneesheer-dokter-specialist of een huisarts zijn. De revalidatiearts als verplicht voorschrijver voor de taal- en specifieke ontwikkelingsstoornissen vervalt.
Het aanvangsbilan en het evolutiebilan dienen uiteraard nog steeds voor het begin of de verlenging van de behandeling te worden voorgeschreven. Het indienen van een dossier moest gebeuren ten laatste 60 kalenderdagen na het begin van de behandeling of de verlenging ervan (tegenover 30 dagen vroeger).
De maximale periode waarvoor een behandeling kon worden goedgekeurd werd één jaar (in plaats van zes maanden vroeger) met uiteraard mogelijkheid tot verlenging. Voor enkele stoornissen (dysfagie en veelvuldige functionele stoornissen in het raam van een interceptieve orthodontische behandeling) werd het aantal sessies omschreven.
Een aantal nieuwe stoornissen werd in de nomenclatuur opgenomen. Het ging om dysfagie en chronische spraakstoornissen. De reglementering voor logopedie aan patiënten met gehoorstoornissen werd verbeterd.
Er kwam meer soepelheid in de duur van een logopedische zitting. De duur van een individuele behandeling bleef tenminste 30 min. bedragen, maar voor afasie, leerstoornissen en stotteren werden sessies van tenminste 60 min. mogelijk. Voor de taalstoornissen en dyslexie/dysorthografie/dyscalculie werd het maximum aantal zittingen op 3x per week gebracht.
Per setting en per stoornis kwam er voor het eerst een eigen verstrekkingnummer. Dit liet op termijn specifieke beheersinformatie toe.

De onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst eind 2006 resulteerden in een conventie voor de jaren 2007/2008. Voornaamste bepaling uit deze conventie was het feit dat de voorheen van kracht zijnde leeftijdsgrens voor stotterende kinderen (minimum 5 jaar) kwam te vervallen. Deze realisatie kwam tegemoet aan een reeds lang bestaande verzuchting om jonge stotterende kinderen vroegtijdig te kunnen behandelen en daarvoor een terugbetaling te voorzien. Een vroegtijdige interventie biedt immers meer kansen op een gunstig resultaat en is op termijn ook kostenbesparend voor de ziekteverzekering.
Daarnaast maakte deze conventie het mogelijk dat ook de orthodont een logopedische behandeling voor patiënten met een myofunctionele stoornis kan voorschrijven.