Conventie (R/2015-2017)

OPGELET: deze conventie werd op 28/10/15 door VVL en UPLF opgezegd !!! Lees hieronder de toelichting.

 

DE NIEUWE CONVENTIE DOORGELICHT

Stefaan Lefevere

Op de vergadering van de Logo-Mut van 22 januari 2015 sloten de VVL en UPLF (Waalse beroepsvereniging) een nieuwe conventie af. De vorige conventie liep immers eind 2014 af. Inmiddels heeft u het schrijven van het RIZIV met de tekst van de nieuwe conventie in uw brievenbus aangetroffen. Wij raden u aan deze grondig door te nemen vooraleer een beslissing te nemen. In deze bijdrage geven we een overzicht van de belangrijkste bepalingen van deze overeenkomst R2015/2017.

AFLOPENDE CONVENTIE

Conventies worden over het algemeen afgesloten voor een periode van 2 jaar. De conventie R2013/2014 liep af eind 2014 en kon niet stilzwijgend verlengd worden. Dit betekent dat de VVL en de UPLF de voorbije maanden onderhandelingen gevoerd hebben met de Verzekeringsinstellingen en het RIZIV ten einde een nieuwe overeenkomst af te sluiten.

WAT IS EEN CONVENTIE?

Een conventie of overeenkomst legt een aantal bindende afspraken vast voor wat betreft de honoraria en hun betalingswijze, de terugbetalingsmodaliteiten, de te volgen procedure betreffende het eventuele overschrijden van de begrotingsdoelstelling en de mogelijkheden tot opzegging, al dan niet collectief. Deze aspecten zijn niet specifiek voor onze sector maar gelden voor alle conventies binnen de ziekteverzekering.
De logopedist die akkoord gaat met deze bepalingen dient er zich ook aan te houden zolang de conventie loopt, in dit geval tot einde 2017. Voor wat de tarieven betreft kan hij/zij daar enkel van afwijken in een aantal zeer specifieke situaties (zie artikel 5). Inbreuken worden bestraft (zie artikel 10).
Wie zich niet wenst te conventioneren hoeft zich bijvoorbeeld niet aan die officiële tarieven (zie artikel 3) te houden, maar moet zich wel bewust zijn van het feit dat zijn/haar patiënten slechts 60% terugbetaald krijgen van het officiële tarief (in plaats van 75% voor wie wel geconventioneerd is).
Enkele andere belangrijke paragrafen handelen over het hanteren van de derdebetalersregeling (artikel 6) en over het eventueel aanrekenen van een (niet-terugbetaalde) verplaatsingsvergoeding (artikel 4).

HERVORMINGSPROGRAMMA

Artikel 12 vormt de kern van deze nieuwe overeenkomst en beschrijft de krijtlijnen van de hervorming die de VVL en UPLF samen met de verzekeringsinstellingen en het RIZIV momenteel aan het uitwerken zijn.
In het hervormingsprogramma dienen vier belangrijke principes geïntegreerd te worden met name preventie, kwaliteit, flexibiliteit en verantwoordelijkheid.

Daling aantal sessies
Enerzijds zal het volume aan behandelingen per patiënt voor de meeste maar niet voor alle stoornissen op basis van het huidige verbruik verlaagd worden. Deze daling zal 25% van het huidige verbruik bedragen en zal rekening dienen te houden met de evidentie op basis van de geldende guidelines per stoornis. Bij het inkrimpen van de behandelingsvolumes zal er aandacht zijn voor het het aanbieden van kwalitatieve (evidence based) en dus efficiënte(re) behandelingen met een zo groot mogelijk resultaat. Op die wijze kunnen de volumes ten aanzien van het huidige verbruik dalen zonder dat dit een invloed zal hebben op het effect van de therapieën.
Zal deze vermindering van het volume toegepast worden bij alle stoornissen uit de nomenclatuur? Waarschijnlijk niet! De nomenclatuur werd in het recente verleden bij sommige stoornissen (schisis, stemstoornissen) immers reeds grondig hervormd op basis van de hierboven beschreven criteria of kennen nu reeds een zeer beperkte container (myofunctio- nele stoornissen).

Aanwending vrijgekomen budget
Door deze wijziging zal uiteraard een aanzienlijk budget ter beschikking komen. Dit budget zal voor 2 doelen aangewend worden.
Enerzijds zal het gebruikt worden om een herwaardering van het honorarium mogelijk te maken. Het exacte bedrag van dit toekomstige honorarium is nog niet bepaald en zal voorwerp uitmaken van de discussie binnen de technische werkgroep. Belangrijk is dat het uitgangspunt om het honorarium vast te leggen een nota is die neergelegd werd bij het RIZIV. In deze nota heeft de VVL een kostenberekening laten maken door een onafhankelijk accountantskantoor van wat het honorarium van een zitting logopedie zou moeten zijn wanneer rekening gehouden wordt met:
- de intellectuele prestatie
- de kosten eigen aan het zelfstandig statuut
- de kosten voor de uitrusting van een praktijk
- niet-specifieke kosten eigen aan het zelfstandig werken
- de verrekening van de ‘slechte’werkuren
Het resultaat van deze berekening is dat een bedrag van €28 per zitting van 30 minuten een correcte vergoeding is.
Anderzijds dient een gedeelte van het vrijgekomen budget aangewend te worden om de invoering van nieuwe pathologieën in de nomenclatuur op te nemen. Het gaat hier dan in de eerste plaats om de stoornis Locked-in die al enkele jaren telkens opnieuw in de begroting werd opgenomen maar nooit werd weerhouden.

Budgetneutraliteit
Belangrijk in dit geheel is dat de gehele hervorming dient te gebeuren zonder dat er een méérkost ontstaat voor zowel de ziekteverzekering (“budgetneutraliteit” en “de globale massa van terugbetaling door de verplichte verzekering blijft neutraal”) en voor de patiëntgroep in zijn totaliteit. In de conventietekst staat dit als volgt: “Het totaal persoonlijk aandeel van de behandelingszittingen zal gelijk zijn aan de totale huidige remgelden tot aan P 75, MAF inbegrepen”. De ‘P’ verwijst hier naar “percentiel” en de afkorting ‘MAF’ naar “maximumfactuur voor de patiënt”. De technische werkgroep zal onderhandelen over de hoogte van het persoonlijk aandeel (remgeld dus) van de patiënt. Dit betekent concreet dat een honorariumverhoging niet automatisch tot gevolg heeft dat de remgelden voor de patiënten in dezelfde mate (op basis van het huidige terugbetalings-percentage van 75%) zullen stijgen.
De VVL kan er in komen dat in de huidige moeilijke budgettaire tijden er geen mééruitgave mag zijn voor de ziekteverzekering. Wat de VVL niet begrijpt is dat de verzekerings-instellingen onder geen beding willen afwijken van het huidige terugbetalingsbedrag per sessie voor de patiënt. In dit geval zijn het met andere woorden extra middelen die in de globale enveloppe logopedie gevonden worden.

Verantwoordelijkheidszin
De hervorming van de nomenclatuur doet ook beroep op de verantwoordelijkheidszin van alle betrokken partijen:
- de verwijzende of voorschrijvende arts ( via het tijdig verwijzen en correct en verantwoord voorschrijvan van behandelingen)
- de behandelende logopedist (via het aanbieden van kwalitatieve en efficiënte behandelingen en het respecteren van de ethische en deontologische code))
- de zienfondsen (correct aansturen en informeren van hun leden)
- de overheid ( via een zo eenvoudig mogelijke en transparante regelgeving)
- de patiënten en/of hun ouders (via een optimale betrokkenheid bij de behandeling, de therapietrouw en het respecteren van de geldende regels)

Preventie
In het hervormingsprogramma dient er volgens de VVL aandacht te zijn voor het stimuleren van de preventie. Het is aangetoond dat het vroegtijdig en correct detecteren van en ingrijpen op stoornissen op het vlak van het gehoor, de taal, de stem, het stotteren, …een grotere kans inhoudt op een snellere en betere volledige recuperatie. Dit kan aanzienlijke winst opleveren voor de levenskwaliteit en het functioneren van de patiënt en de toekomstkansen van het kind in kwestie.

Timing
In de conventie is tevens een strikte timing ingeschreven. Iedere betrokken partij engageert zich om binnen de technische werkgroep die het hervormingsprogramma uitwerkt de vooropgestelde timing te respecteren. Deze timing voorziet in het in voege treden van dit project ten laatste op 1 juli 2016. De VVL en UPLF hebben hier dus een sterke stok achter de deur en zullen niet aarzelen de overeenkomst op te zeggen wanneer zou blijken dat het vertrouwen beschaamd wordt en de vooropgestelde timing dus niet gevolg wordt.

Vereenvoudiging
Het principe van vereenvoudiging dient nagestreefd te worden bij elke wijziging in de nomenclatuur. Het gaat hier meer specifiek over het vereenvoudigen van de complexe aanvraagprocedure voor een logopedische behandeling waar de VVL reeds lang vragende partij voor is (chronologie voorschrift bilan/voorschrift therapie). Om dit te wijzigen is de medewerking nodig van het ministerie van Volksgezondheid aangezien het KB van 20.101994 dient gewijzigd te worden. Maar ook op andere vlakken (bijvoorbeeld getuigschriften vertstrekte hulp) zijn vereenvoudigingen mogelijk

Duur van de overeenkomst
Zoals in de inleiding gezegd worden overeenkomsten in de regel voor de duur van twee jaar afgesloten. Deze overeenkomst geldt voor een duur van drie jaar, dus tot eind 2017, waarbij de jaarlijkse budgetevaluatie wordt vervangen door een evaluatie over meerdere jaren. De reden hiervoor is dat er voldoende tijd dient voor handen te zijn om de gerealiseerde hervormingen te evalueren.


BEDREIGINGEN

In het artikel 12 wordt ook aandacht besteed aan een aantal bedreigingen voor onze sector. Het zijn fundamentele uitdagingen waar de beide beroepsverenigingen zich terdege van bewust zijn en waar een oplossing essentieel is om het hervormingsproject een eerlijke kans te kunnen geven.

Reconversie CAR en M-decreet

Zoals gekend is er vanaf begin 2010 een reconversie van de Centra voor Ambulante Revalidatie (CAR) in werking. Deze reconversie dient eind dit jaar voltooid te zijn. Een van de onderdelen van deze reconversie is dat er een geleidelijke vermindering van het percentage patiënten met taal- en leerstoornissen (groep 4) wordt doorgevoerd. Dit betekent dat deze patiënten niet meer terecht kunnen in deze CAR. Een deel ervan kan mogelijks terecht komen in de nomenclatuur. Dit dreigt voor budgettaire problemen te zorgen in de nomenclatuur gezien het hier over een proces van meerdere jaren gaat. Daarom heeft de VVL dit opnieuw laten opnemen in deze overeenkomst. Daarin wordt enerzijds gevraagd aan het RIZIV om de vermoedelijke budgettaire impact van de reconversie te blijven becijferen en anderzijds wordt gesteld dat het effect van deze reconversie geen aanleiding mag zijn voor eventuele correctiemaatregelen zoals omschreven in artikel 11 van de overeenkomst.

Hetzelfde principe werd ingeschreven voor wat betreft het M-decreet. Ook hier dreigen heel wta kinderen die tot nog toe terecht kunnen in het bijzonder onderwijs op termijn ten laste te komen van de nomenclatuur en wel in de twee stoorniscategorieën waar de uitgaven al hoog zijn. Ook hier gaat het om een beslissing die buiten de wil om van de Logo-Mut werd genomen en waarvoor wij geen financiële verantwoordelijkheid wensen te dragen.

Instroom

Zoals reeds eerder in dit tijdschrift uiteengezet blijkt uit een studie uitgevoerd door de VVL-studiedienst dat er in België een onevenwicht is ontstaan tussen het zorgaanbod en de zorgvraag. Dit betekent dat er momenteel te veel zelfstandige collega’s werkzaam zijn in verhouding tot het aantal beschikbare patiënten. Dit heeft effecten tot gevolg op het vlak van:
- correct gebruik van de nomenclatuur
- het budget van de nomenclatuur
- het inkomen van de logopedisten
- de kwaliteit van de beroepsuiteoefning
- het deontologisch handelen

Vergrijzing

De toenemende vergrijzing van de bevolking is een feit. Dat deze vergrijzing effecten zal hebben op de gezondheidszorg, daar is iedereen het over eens. Ook in de uitgaven van de nomenclatuur logopedie zijn de effecten van de vergrijzing op de uitgaven van een aantal stoornissen steeds duidelijker merkbaar. De VVL wenst op de gevolgen van deze evolutie voorbereid te zijn door binnen de Logo-Mut tijdig het debat te voeren over hoe op de best mogelijke wijze kan ingespeeld worden op deze belangrijke en ingrijpende trend in onze maatschappij.

Versplintering van bevoegdheden

De overheveling van de erkenningsraad van het RIZIV naar de FOD Volksgezondheid en daarna deels naar de regio’s en de verslipintering aangaande de behandeling van patiëntengroepen dreigt bij alle partijen en niet in het minst bij de logopedisten en hun patiënten tot onduidelijkheid en verwarring te leiden aangaande de erkenning en het ethisch en deontologisch functioneren. Dit beschouwt de VVL nochtans als een belangrijke schakel in het tot stand brengen van een kostenefficiënte en kwaliteitsvolle beroeps- uitoefening.

Twee- en méértaligheid

Kinderen met twee- of méértaligheid die problemen ondervinden (o.a. op school) dienen geholpen te worden. Correct Nederlands kunnen spreken is niet alleen een belangrijke voorwaarde om te kunnenvolgen op school maar vormt ook de sleutel tot integratie in onze maatschappij. Het aanleren van het Nederlands bij dergelijke kinderen is dus absoluut noodzakelijk. Onze maatschappij dent daarvoor de nodige voorzieningen te treffen en logopedisten kunnen daar best een belangrijke rol in spelen. Niettemin dient deze hulpverlening niet gefinancierd te worden vanuit de ziekteverzekering. Dit is trouwens binnen de huidige nomenclatuur niet mogelijk. Tekortkomingen in het voorzien van hulpverlening voor deze kinderen zorgt er desalniettemin voor dat zij ook aangemeld worden in logopedische praktijken wat geenszins de bedoeling is en mag zijn. Uiteraard zijn twee- of méértalige kinderen met een logopedische stoornis wel welkom.

AANBEVELINGEN

Daarnaast biedt elke conventietekst de mogelijkheid om een aantal aanbevelingen te formuleren voor de periode waarin de conventie geldt. De VVL en UPLF hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt om een aantal belangrijke te realiseren punten in de tekst op te nemen. We overlopen ze hier even. U vindt ze allemaal terug in artikel 13 van de conventie.

Sociaal Statuut
§1 van artikel 13 handelt over het Sociaal Statuut. In tegenstelling tot heel wat andere zorgversterkkers binnen de ziekteverzekering hebben logopedisten nog steeds geen Sociaal Statuut. Het gaat hier om een jaarlijkse financiële uitkering waarmee een verzekering kan worden afgesloten ter compensatie van een inkomstenverlies of ter vorming van een pensioen of een combinatie van de twee. In deze paragraaf wordt aangegeven dat een ontwerp van koninklijk besluit zal uitgewerkt worden dat het toekennen van dit Sociaal Statuut moet mogelijk maken vanaf 2016.
Deze tegemoetkoming is voorzien voor wie toegetreden is tot de conventie én wie de vooropgestelde activiteitendrempel haalt. Daarmee wordt bedoeld dat je als logopedist een minimum aantal terugbetaalbare prestaties moet hebben gehaald om in aanmerking te komen. Deze drempel zal op korte termijn worden vastgelegd.
De middelen hiervoor komen uit de administratiekosten van het RIZIV. Eens het KB een feit is zal het aan minister De Block zijn om haar verantwoordelijkheid ter zake te nemen.


Gehomologeerd softwarepakket
Dit punt staat reeds voor de vierde opeenvolgende keer in de conventietekst maar kon in de voorbije jaren niet gerealiseerd worden. Het blijft echter opgenomen in de tekst omdat dit punt in een al dan niet verdere toekomst gerealiseerd zal worden in het kader van de digitalisering van de patiëntendossiers. Er werden reeds een aantal stappen in dit dossier gezet maar tot een KB is het nog steeds niet gekomen. Meer concreet gaat het hier om het voorzien van een financiële tegemoetkoming voor ieder die zich een gehomologeerd softwarepakket aanschaft.

 

IN VOEGE TREDING EN DUUR VAN DE OVEREENKOMST

Voor wie toetreedt tot de overeenkomst geldt dat deze overeenkomst met terugwerkende kracht geldt vanaf 1 januari 2015. De overeenkomst geldt zoals reeds vermeld voor drie jaar met name tot 31 december 2017 en kan opnieuw niet stilzwijgend verlengd worden. De overeenkomst kan zoals bepaald in artikel 14 opgezegd worden zowel individueel als door één van de betrokken partijen als groep.


SAMENVATTING CONVENTIE R2015/2017

Een conventie of ‘overeenkomst’ wordt afgesloten tussen de beroepsverenigingen voor logopedisten enerzijds (VVL en de Waalse zustervereniging UPLF) en de ziekenfondsen anderzijds. Een conventie kan maar geldig afgesloten worden als ten minste drie vierde van beide hierboven vermelde partijen akkoord gaat. Eenmaal deze overeenkomst ook door de minister van sociale zaken is goedgekeurd wordt deze ter beoordeling toegestuurd aan elke logopedist(e). Het is deze overeenkomst die u eerstdaags ter goedkeuring wordt toegestuurd. Zodra 60% van de logopedisten toetreedt tot de conventie, wordt deze wettelijk van kracht.
In een overeenkomst worden een aantal belangrijke aspecten van de beroepsuitoefening vastgelegd zoals de honoraria, de voorwaarden voor terugbetaling, de mogelijke correctiemaatregelen, de mogelijkheden tot opzegging, enz…
Wie niet akkoord gaat met de voorgelegde overeenkomst dient dit te melden en wordt beschouwd als niet geconventioneerd. Hij/zij dient zich in dat geval niet aan het in de overeenkomst vermelde honorarium te houden. Wel is het zo dat de patiënten van een niet-geconventioneerde logopedist een mindere terugbetaling genieten met name 60% van het officiële honorarium in plaats van 75% voor de geconventioneerde logopedisten.
Wie toetrad tot de conventie R2013/2014 en ook tot de conventie R2015/2017 wenst toe te treden moet niets doen. Wie zijn verbintenis wil wijzigen (toetreding intrekken of niet-toetreding teniet doen) moet dit schriftelijk aan het RIZIV betekenen.


BELANGRIJK

Wie toetrad tot de conventie R2013/2014 en ook tot de conventie R2015/2017 wenst toe te treden moet niets doen. Wie zijn verbintenis wil wijzigen (toetreding intrekken of niet-toetreding teniet doen) moet dit schriftelijk aan het RIZIV meedelen.